Reglement

Klik hier om het reglement te downloaden.

1. Voorwoord

Wij danken u voor uw deelname en hopen dat u een fijne dag zult hebben, genietend van de vele mooie wegen in de Achterhoekse grensstreek.Het plezier staat voorop, maar uiteraard is er ook een competitief element zodat rijder en navigator zich niet hoeven te vervelen!

Lees dit reglement aandachtig door zodat u des te meer van de Tour kunt genieten en wellicht met een prijs naar huis gaat.

2. Rijgedrag, Q‐zones en zandwegen

De route loopt door een prachtige streek met veel kleine wegen die we vaak zullen moeten delen met fietsers, wandelaars en ruiters. Gelieve uw snelheid dan aan te passen. Er zijn géén tijdcontroles dus u hebt géén excuus als u (teveel) overlast veroorzaakt.

In het routeboek zijn af en toe Q‐zones (quiet zones) aangegeven. Rij daar bijzonder rustig en veroorzaak geen overlast. Maar ook waar het routeboek géén Q‐zone vermeldt vertrouwen wij erop dat u zelf heel goed kunt inschatten dat u het wat rustiger aan moet doen.

In ‘het veld’ komt u af en toe een wit bord tegen met daarop “Q‐zone”. Ook daar vragen wij u om rustig te rijden.

Nogmaals, er zijn geen straffen voor het te laat komen.

Er zijn enkele goed berijdbare zandwegen opgenomen in de route. Pas uw snelheid aan met het oog op stofoverlast.

3. Briefing

Bij de inschrijftafel ontvangt u een schriftelijke briefing.Lees deze aandachtig door want deze bevat ongetwijfeld belangrijke informatie noodzakelijk voor een vlot verloop van het evenement.

Voorafgaande aan de start zal er op vrijdag om 13:15 en op zaterdag om 9:15 een korte mondelinge briefing zijn waarbij er gelegenheid zal zijn tot het stellen van vragen.

4. Locaties

In het routeboek staan alle adressen van de testjes, lunch en koffiepauze aangegeven.Mocht u onverhoopt de weg zijn kwijtgeraakt of pech hebben gehad kunt daar de route weer oppikken en hoeft u in ieder geval geen restjes, lunch of koffiepauze over te slaan.

5. Tijdschema

Op de controlekaart staat de tijd aangeven ( waarop u bij een testje, lunch of pauze dient te zijn. Dit zijn richttijden; er is géén straf voor te laat komen. Deze tijden zijn aangepast aan het startnummer; u hoeft zelf niets uit te rekenen.

De enige bindende tijd is de starttijd aan het begin van elke etappe.

Toch vragen wij u i.v.m. lunch, koffiestop en testjes om enigszins het tijdschema te volgen. Als umerkt dat u teveel vertraging oploopt probeer dan een stukje af te snijden om de route een stukje

verderop weer op te nemen.

Probeer ook niet teveel voorsprong te nemen op het tijdschema. Als u teveel voorsprong neemt kan het zijn dat de officials nog niet ter plaatse zijn en mist u welllicht een controle.

6. Route / routeboeken

De route bestaat uit 4 etappes: vrijdagmiddag, vrijdagavond, zaterdagochtend en zaterdagmiddag. Wij raden u aan om bij ontvangst van uw routeboek te controleren of het volledig is en er geen pagina’s ontbreken. U krijgt dan ook meteen een indruk wat er u te wachten staat… Er zijn verschillende routeboeken voor de Expertklasse, de Sportklasse en de Tourklasse.

De Expertklasse krijgt per etappe een routeboek uitgereikt bij de start van de etappe.

De Sportklasse krijgt per dag een routeboek, uitgereikt bij de start van de dag.

De Tourklasse krijgt per dag een routeboek, uitgereikt bij de inschrijving.

De Expertklasse krijgt voornamelijk kaartlezen, de Tourklasse krijgt bol‐pijl, routebeschrijving en éénkaartfragment op vrijdagavond en de Sportklasse krijgt kaartlezen, bol‐pijl en routebeschrijving.

7. Routecontroles / fotoritten

Om te controleren of u de juiste route hebt gereden staan er langs de route controlebordjes met daarop een letter. Een voorbeeld van de routecontroles laten wij u bij de briefing zien. De bordjes staan normaal gesproken (duidelijk zichtbaar) aan de rechterkant van de weg maar kunnen op een langzame situatie ook links staan.

De Tourklasse krijgt bovendien één of meerdere fotoritten. Daarbij moet het nummer van de foto worden ingevuld op het moment dat de foto wordt herkend. De foto’s kunnen zowel rechts als links van de weg zijn genomen! In die trajecten staan bovendien ook nog gewone routecontroles, dus

vergis u niet met het invullen van de controlekaart.

Er kunnen langs de route ook bemande controles staan. Geef daar uw controlekaart aan de official en hij zal een stempel zetten.

8. Controlekaarten

Bij de start ontvangt u de controlekaart voor het ochtenddeel. Deze controlekaart moet bij de lunchworden ingeleverd, dus laat de kaart dan niet in de wagen liggen.

Controlekaart 2 dient voor het middagdeel. Deze controlekaart krijgt u bij uw vertrek bij de lunch.

In de sectie FOTO’S (alléén voor Tourklasse) moeten de nummers van de gevonden foto’s worden ingevuld. Komt u een foto tegen dan moet het nummer van de foto in het EERSTE LEGE VAKJE worden ingevuld.

Komt u een controlebord tegen dan moet de letter worden ingevuld in het eerste lege vakje in de sectie ROUTECONTROLES.

Vakjes overslaan, letters verbeteren, onduidelijk geschreven letters worden bestraft met 100 strafpunten! Letters en/of cijfers in de verkeerde sectie schrijven mag ook niet.

9. Bol‐pijl met en zonder afstanden (EXPERT, SPORT & TOUR)

a. Een bol‐pijl is een schematische weergave van een verkeerssituatie, waarbij de bol aangeeftvanuit welke richting u de situatie nadert en de pijl aangeeft in welke richting u de situatie dient te verlaten. b. Als er geen pijl getekend is wordt de richting duidelijk uit de bijkomende informatie.

c. De situaties kunnen voorzien zijn van een tussenafstand en een totaalafstand.

d. Het is raadzaam om aan het begin van het traject de tripmaster of dagteller te ‘nullen’.

e. Niet alle situatie hoeven getekend te zijn. In dat geval moet u de meest doorlopende (hoofd)weg volgen.

f. In het geval er geen tussen‐ of totaalafstand is gegeven moet u doorrijden tot u de situatie tegenkomt die overeenkomt met de volgende bol‐pijl situatie in het routeboek.

g. Onverharde, verboden en doodlopende wegen hoeven niet getekend te zijn, en mogen alléén worden bereden als dit expliciet is aangegeven. Anders moeten ze als niet bestaande worden beschouwd en ook niet worden bereden.

h. Soms kan een bol‐pijl situatie op meerdere manieren bereden worden. In dat geval moet de langst mogelijke route bereden worden zonder dat er wegen dubbel worden gereden of de route wordt gekruist (vaak is dat achter een driehoekje om). In dit geval mogen wél onverharde wegen(stippellijn) bereden worden!

i. Een enkele keer kan het zijn dat niet alle voorkomende wegen op een situatie getekend zijn. U mag dan alléén die wegen gebruiken die wél getekend zijn.

j. Ter verduidelijking kan een straatnaam worden vermeld. Als er ter plaatse géén straatnaambord staat wordt de straatnaam tussen haakjes gezet.

10. Routebeschrijving (EXPERT, SPORT & TOUR)

a. Lijkt in veel opzichten op bol‐pijl.b. In plaats van een bol‐pijl wordt de rijrichting tekstueel beschreven.

c. Rechtdoor: spreekt voor zich

d. L: linksaf / R: rechtsaf

e. Vrw: voorrangsweg

f. Kr: kruising

g. Zw: zijweg

h. T: t‐splitsing

i. Y: y‐splitsing

j. Vkl: verkeerslichten

k. Rot: rotonde

l. 3S: 3‐sprong

11. Kaartlezen (EXPERT & SPORT)

11.1. Algemeena. Alle kaarten zijn op schaal 1:50.000 (1cm = 500m).

b. Alléén wegen die op de kaart staan en zijn voorzien van twee bermlijnen (waarvan minimaal één ononderbroken) mogen worden gebruikt.

c. Doorgetrokken bermlijnen onderbreken de doorgang niet.

d. Alles wat door de organisatie op de kaart is gezet blokkeert de doorgang. Weggedeeltes die op deze wijze worden onderbroken mogen niet in de route worden opgenomen. Kaarttekens en kaartteksten blokkeren de route niet.

e. Kaartsituatie die niet overeenkomen met de werkelijkheid kunnen zijn voorzien van een cirkel. Binnen zo’n cirkel mogen alle wegen gebruikt worden, al dan niet op de kaart voorkomend, om de voorgenomen route te kunnen volgen. Binnen deze cirkels staan géén routecontroles.

f. Wegen en samenkomsten van wegen mogen onbeperkt in beide richtingen bereden worden.

g. Indien een weg niet ingereden mag of kan worden vanwege bijvoorbeeld een verkeersbord, een herstelopdracht, of omdat de weg er ‘in het veld’ niet ligt, dan dient u een omweg te maken over op de kaart staande wegen, zodanig dat zo min mogelijk van de voorgenomen route (in de geplande richting) wordt gemist, en die zo kort mogelijk is.

h. Het verkeersbord “doodlopende weg” blokkeert de route niet. Verbodsborden, ook met onderbord “Anlieger Frei”, “Landwirtschaflicher Verkehr” of gelijkaardig, blokkeren de route wél.

i. Keren is niet toegestaan, tenzij daartoe een opdracht is gegeven of indien u op een punt (vrije route) staat en u richting een ander punt of pijl gaat rijden.

j. Indien u een keerlus wilt rijden dient die tegen de wijzers van de klok gereden te worden.

11.2. Herstelopdrachten

Een routecontrole kan voorzien zijn van een herstelopdracht. Deze herstelopdracht moet met voorrang op de routeopdracht worden uitgevoerd en is in code vermeld:

HK : hier keren

1R, 2L : 1e weg rechts. 2e weg links, etc.

ER/EL : einde weg rechts / einde weg links

NVO : niet verder omrijden

DMP : doorgaan met punt / pijl / bol‐pijl situatie …

NAG : nieuwe aansluiting gebruiken

Ter verduidelijking:

HK: u mag de weg niet inrijden. Denkbeeldig tot aan het bordje rijden en dan keren. Vervolgens een herconstructie maken.

NVO: de geplande route vervolgen. Dus niet meer omrijden of herconstrueren.

NAG: de wegsituatie is gewijzigd t.o.v. de kaart. U mag de nieuwe aansluiting gebruiken, ook al staat die niet op de kaart.

11.3. Verbodsbord organisatie

De organisatie kan aan het begin van een weg een bordje plaatsen met daarop het symbool van het verkeersbord ‘verboden in te rijden’ (rood bord met horizontale witte balk).

U dient dit bordje te beschouwen als een echt verkeersbord.

11.4. Pijlen (met barricades) kortste route, punten vrije route
a. De punten dienen in nummervolgorde in de route te worden opgenomen.

b. Onder ieder punt ligt een al dan niet op de kaart voorkomende weg.

c. De route naar een punt is vrij

d. Op weg naar een punt géén routecontroles noteren; alléén óp het punt KAN een routecontrole staan.

11.5. Punten kortste route

a. Punten worden aangeven door een stip (het punt) met daaromheen een cirkel. De cirkel dient enkel om de zichtbaarheid van het punt te vergroten en het betreft hier dus géén cirkel zoals vermeld in artikel 11.1e.

b. De punten dienen in nummervolgorde in de route te worden opgenomen.

c. Op weg naar een punt dient de kortste route geconstrueerd en bereden te worden.

d. Punten mogen altijd bereden worden, ook als ze reeds eerder bereden zijn, of nog bereden moeten worden.

e. Indien een punt op het kaartfragment “naast de weg” ligt, dan bestaat ter plaatse de mogelijkheid om de route onder het punt te rijden.

11.6. Punten één na kortste route

a. Idem aan ‘punten kortste route’ maar i.p.v. de kortste route naar een punt dient de één na kortste route geconstrueerd en bereden te worden.

11.7. Pijlen (met barricades) kortste route

a. Pijlen worden op de kaart aangegeven door een lijnstukje met daarop een pijlpunt. De pijlpunt hoeft niet op het uiteinde van het lijnstuk te zitten. Het hele lijnstuk geldt als de pijl.

b. Indien een pijlpunt de ernaast gelegen kaartwegen (gedeeltelijk) bedekt dan worden deze kaartwegen niet beperkt door de rijrichting van de pijl en mogen zij in beide richtingen bereden worden.

c. Op weg naar een pijl dient de kortste route te worden bereden.

d. Pijlen of delen van pijlen mogen ook worden bereden als ze al aan de beurt zijn geweest of nog aan de beurt moeten komen.

e. Pijlen, of delen daarvan, mogen alleen in voorwaartse richting worden bereden.

f. Een pijl kan voorzien zijn van een barricade (aangegeven door een zwart dwarsstreepje). In dat geval moet een route om de barricade worden geconstrueerd waarbij zo min mogelijk van de pijl wordt overgeslagen. Rekening houdend met het voorgaande moet de route zo kort mogelijk zijn. Eerst de route tussen de pijlen construeren en vervolgens eventuele barricades ontwijken.

11.8. Combinaties van systemen

a. Systemen kunnen in combinatie met elkaar worden gebruikt. De bepalingen die gelden voor de individuele systemen blijven daarbij onverminderd van toepassing zoals bijvoorbeeld:

b. Pijlen kortste route, punten één na kortste route: op weg naar een pijl de kortste route, op weg naar een punt de op één na kortste route.

c. Pijlen kortste route, punten vrije route: op weg naar een pijl de kortste route, op weg naar een punt een vrije route. Aangezien de route naar een punt vrij is, is het toegestaan om op het punt te keren als dit een kortere route naar een pijl tot gevolg heeft.

12. Testjes (EXPERT, SPORT & TOUR)

Er zijn een aantal testjes voorzien. Het is de bedoeling om het parcours zo snel mogelijk af te leggen.Bij de start van een testje (aangeduid met een bord met een vlag‐symbool) dient u de controlekaart aan de official te geven. Deze zal u aftellen naar de start. Te vroeg starten wordt bestraft met 15 strafpunten.

Vervolgens moet het parcours worden afgelegd zoals beschreven in het routeboek. Pionnen mogen niet geraakt of omgereden worden (15 strafpunten per pion).

Het rijden van een verkeerde route wordt bestraft met 100 strafpunten.

Bij de finishlijn (aangeduid met een bord “STOP”) dient u een à‐cheval‐stop te maken, waarbij de auto dient te stoppen met de finishlijn tussen de voor‐ en achterwielen. Op het moment dat u stil staat wordt uw tijd geklokt. Het foutief finishen, dus volledig na de finishlijn stoppen wordt bestraftmet 15 strafpunten. Rijd in dat geval zeker niet achteruit, want dat wordt bestraft met 100 strafpunten!

Daarna dient u verder te rijden naar de officials die uw rijtijd zullen noteren (bij het bord met het klok‐symbool).

U krijgt 1 strafpunt per seconde rijtijd (met een nauwkeurigheid van één tiende van een seconde)

vermeerderd met eventueel opgelopen straffen voor het raken van een pion, te vroeg starten etc.

Het maximum aan strafpunten op een test is 100.

In een test kunnen routecontroles staan. Deze moeten vóór de finish op de controlekaart genoteerd worden.

Alle tests mee voor de prijs “Best on Tests”. Daarvoor worden (van de tests op zaterdag) alle rijtijden bij elkaar opgeteld, vermeerderd met eventueel opgelopen strafpunten.

13. Overzicht straffen

routecontrole gemist / te veel 100foto gemist / te veel 100

vakje overslaan controlekaart 100

vakje knoeien / verbeteren / onleesbaar controlekaart 100

foutieve start / finish op test 15

pion raken / omrijden op test 15

foutieve route op test 100

achteruit rijden na finish 100

rijtijd, per tiende van een seconde 0,1

maximum straf test 100

afwijking in regularity, per seconde n.v.t.

maximum straf regularity n.v.t.

14. Prijzen

“Best on Tests ”

Voor de snelste gecombineerde tijd van alle tests op zaterdag.

“Overall prijzen ‐ zaterdag”

1e, 2e en 3e plaats Tourklasse (2 bekers per equipe)

1e, 2e en 3e plaats Sportklasse (2 bekers per equipe)

1e, 2e en 3e plaats Expertklasse (2 bekers per equipe)

“Overall prijzen – vrijdag & zaterdag”

1e, 2e en 3e plaats Tourklasse (2 bekers per equipe)

1e, 2e en 3e plaats Sportklasse (2 bekers per equipe)

1e, 2e en 3e plaats Expertklasse (2 bekers per equipe)